Waarom rust niet altijd helpt als je moe bent: als je hoofd altijd aan staat
2 uur geleden
8 minuten om te lezen
Je hebt eindelijk een avond niets.
Geen afspraken meer, je laptop is dicht, de kinderen liggen op bed.
Je hebt de hele dag gedacht:
Vanavond ga ik echt even helemaal niets doen.
En dan zit je eindelijk op de bank…maar rustig voelt het niet.
Je denkt aan morgen.
Aan wat je nog moet regelen.
Aan dat bericht waarop je nog niet hebt gereageerd.
Aan iets wat je vandaag hebt gezegd.
Misschien pak je toch even je telefoon. Loop je nog een rondje door het huis. Of bedenk je dat je net zo goed alvast iets van je to-dolijst kunt doen.
Je lichaam zit stil, maar vanbinnen ben je nog steeds bezig.
En misschien verklaart dat waarom je soms zoveel rust kunt nemen en je toch moe blijft voelen. Want voor je gevoel neem je rust, maar mentaal ben je nog aan het werk.
Waarom rust niet altijd helpt tegen vermoeidheid
Wanneer je moe bent, is onze eerste gedachte vaak logisch:
Ik moet meer rust nemen.
Een avond niets plannen.
Eerder naar bed.
Een weekend vrij.
Misschien zelfs een vakantie.
En natuurlijk heeft je lichaam rust en slaap nodig.
Maar misschien herken je dat je na zo'n rustmoment niet altijd het gevoel hebt dat je echt bent opgeladen.
Want terwijl jij op de bank ligt, gaat je hoofd verder.
En herinnert jezelf aan alles wat je morgen écht niet mag vergeten.
Dan ben je lichamelijk misschien aan het rusten, maar mentaal nog steeds hard aan het werk.
Dat kost energie.
En daarom is alleen meer vrije tijd niet altijd het hele antwoord.
Je agenda is leeg, maar je hoofd staat nog aan
Veel vrouwen die ik spreek verlangen niet per se naar nóg een vrije middag.
Ze verlangen vooral naar een hoofd waarin het even stil mag zijn.
Want zelfs op een vrije middag kan er een soort onrust blijven.
Misschien herken je gedachten als:
Eigenlijk moet ik de was nog doen.
Nu ik toch tijd heb, kan ik net zo goed even die administratie bijwerken.
Ik moet die vriendin nog terugappen.
Misschien kan ik alvast iets voor volgende week voorbereiden.
En voordat je het weet, heb je van je vrije middag opnieuw een project gemaakt.
Niet omdat je niet kúnt stilzitten.
Maar misschien omdat stilzitten iets bij je oproept.
Onrust.
Schuldgevoel.
Het gevoel dat je tijd verspilt.
Of simpelweg de confrontatie met alles wat je hoofd tijdens de drukte makkelijker naar de achtergrond schuift.
Dat is een interessante laag.
Want dan gaat rust niet alleen over tijd vrijmaken.
Het gaat ook over de vraag:
Kan ik mezelf toestaan om niets te hoeven oplossen?
Waarom niets doen soms juist onrust geeft
Misschien heb je dit weleens meegemaakt.
Je hebt wekenlang uitgekeken naar een vakantie.
Als ik daar eenmaal ben, kom ik eindelijk tot rust.
Maar de eerste dagen merk je juist dat je onrustig bent.
Je checkt toch even je mail.
Je denkt aan wat er thuis gebeurt.
Je hebt moeite om gewoon met een boek te gaan zitten.
Of je voelt ineens hoe moe je eigenlijk bent.
Dat is niet zo vreemd.
Als je lange tijd gewend bent om door te gaan, veel verantwoordelijkheid te dragen en voortdurend vooruit te denken, schakel je niet altijd automatisch om zodra je agenda leeg is.
Je hoofd is gewend geraakt aan:
Wat moet er nog?
Waar moet ik aan denken?
Wie heeft iets van mij nodig?
Wat kan er misgaan?
Heb ik alles onder controle?
En als dat jouw automatische stand is geworden, kan vertragen in het begin juist ongemakkelijk voelen.
Je hoeft daar niet meteen iets van te vinden.
Misschien mag je eerst opmerken:
Hé, blijkbaar is mijn lichaam gestopt, maar staat er vanbinnen nog van alles aan.
De to-dolijst die nooit echt af is
Er is nog iets wat veel mentale energie kan kosten.
Het gevoel dat er altijd nog iets moet.
Je kent waarschijnlijk de praktische to-dolijst.
Boodschappen.
Mail beantwoorden.
Administratie.
Sporten.
Afspraak maken.
Iets voor school regelen.
Maar daarnaast bestaat er vaak nog een onzichtbare lijst.
Ik moet meer tijd met mijn kinderen doorbrengen.
Ik moet beter voor mezelf zorgen.
Ik moet meer zichtbaar zijn in mijn bedrijf.
Ik moet mijn huis eigenlijk beter bijhouden.
Ik moet gezonder eten.
Ik moet vaker sporten.
Ik moet die vriendin echt weer eens bellen.
En misschien zelfs:
Ik moet beter leren ontspannen.
Dan wordt zelfs rust weer iets wat je goed moet doen.
En precies daar ontstaat een patroon dat ontzettend vermoeiend kan zijn.
Er komt namelijk nooit een duidelijk moment waarop alles af is.
Er is altijd wel iets wat beter, slimmer of anders kan.
Dus als jij onbewust hebt geleerd:
“Ik mag ontspannen als alles gedaan is,”
kan het zomaar gebeuren dat je jezelf bijna nooit echt toestemming geeft om te ontspannen.
Want wanneer is alles ooit af?
Als je eigenwaarde gekoppeld raakt aan wat je doet
Voor sommige vrouwen zit er nog een diepere laag onder.
Doen geeft een goed gevoel.
Niet alleen omdat je dingen afrondt, maar omdat productief zijn je misschien ook iets over jezelf vertelt.
Ik ben nuttig.
Ik heb het goed gedaan.
Ik heb vandaag genoeg gedaan.
Ik mag tevreden zijn.
Dat zie je bijvoorbeeld bij de ondernemer die eigenlijk doodmoe is, maar toch nog even die post afmaakt.
Bij de moeder die eindelijk een uur voor zichzelf heeft, maar eerst de was wegwerkt.
Of bij de vrouw die op haar vrije dag haar hele huis opruimt en pas daarna vindt dat ze ‘mag’ zitten.
Als jouw waarde ongemerkt gekoppeld is geraakt aan wat je doet, kan niets doen ineens veel moeilijker worden.
Want wie ben je als je even niets presteert, oplost of voor een ander doet?
Dat klinkt misschien als een grote vraag.
Maar soms zit die verstopt in iets heel kleins.
Zoals niet rustig een kop koffie kunnen drinken zonder ondertussen alvast je mail te openen.
Niet om daar opnieuw iets goed of fout aan te maken.
Maar om bewust te worden van hoe automatisch dit patroon misschien is geworden.
Waarom beter plannen niet altijd de oplossing is
Als je hoofd vol zit, is de verleiding groot om nóg meer structuur aan te brengen.
Een betere planning.
Een nieuwe agenda.
Een slimmer systeem.
Nog duidelijkere lijstjes.
En structuur kan absoluut helpen.
Maar soms probeer je met planning een probleem op te lossen dat niet alleen over planning gaat. Want als je planning af is, kan je hoofd alsnog denken:
Maar wat als ik dit niet red?
Eigenlijk zou ik ook nog…
Misschien moet ik het toch anders doen.
Ik loop achter.
Dan zit de onrust niet alleen in hoeveel taken er zijn, maar ook in de druk die je jezelf oplegt rondom die taken.
Alles goed willen doen.
Niemand teleur willen stellen.
Vooruit willen denken.
Controle willen houden.
Je verantwoordelijk voelen voor heel veel.
En dan kun je je agenda optimaliseren wat je wilt…
maar neem je jezelf en die patronen nog steeds mee.
Je bent misschien niet alleen moe van wat je doet
Dit vind ik een belangrijke om eens bij stil te staan.
Misschien ben je niet alleen moe van alles wat je doet.
Misschien ben je ook moe van alles wat je mentaal draagt.
Kun je een keuze maken zonder hem daarna opnieuw te analyseren?
Kun je zitten zonder meteen te bedenken wat je óók had kunnen doen?
Want misschien verlang je niet alleen naar meer vrije tijd.
Misschien verlang je naar het gevoel dat je vanbinnen niet voortdurend meer hoeft door te rennen.
En dat begint niet met nóg harder proberen om te ontspannen.
Het begint met begrijpen wat jou steeds opnieuw AAN zet.
En vervolgens, stap voor stap, ervaren dat je niet altijd naar die automatische stand terug hoeft.
Verlang je naar meer rust in je hoofd?
Misschien herken je dat je hoofd altijd AAN staat.
Dat je veel nadenkt, vooruitkijkt, verantwoordelijkheid draagt en zelfs op rustige momenten moeilijk echt kunt ontspannen.
In mijn podcast en coaching neem ik je mee in de patronen die daaronder kunnen liggen, zoals perfectionisme, pleasen, controle, overdenken en jezelf voortdurend verantwoordelijk voelen.
Niet zodat je nóg harder aan jezelf gaat werken.
Maar zodat je beter begrijpt wat er gebeurt en stap voor stap kunt bewegen naar meer rust, ruimte en vertrouwen in jezelf.
Opmerkingen